GETUIGE

Jeannie aarzelde, dacht toen: waarom niet de waarheid vertellen? Het was immers een ongeluk. Dat had ze met eigen ogen gezien. Misschien niet vanuit het juiste perspectief, maar desalniettemin duidelijk genoeg. Die twee hadden ruzie. Tegen elkaar schreeuwen was de enige manier waarop ze nog met elkaar communiceerden. Jeannie werd er verdrietig van, maar partij kiezen kon ze niet, ze had ze allebei even lief. Zonder meer hadden ze haar in huis genomen en haar in hun hart gesloten toen ze dacht dat ze van de kou en de honger zou omkomen. Ze waren zo gelukkig met zijn drieën, maar ergens had er een ommekeer plaatsgevonden. Misschien toen hij plotseling ontslagen werd? Misschien toen zij plotseling haar beste vriend verloor? Jeannie had ze door het huis zien dolen alsof ze vreemden voor elkaar waren. Jeannie had hen getroost, geprobeerd hen weer bij elkaar te brengen. Ze wilde niet nog een keer achtergelaten worden, maar haar lijmpogingen hadden niets uitgehaald. En nu hoefde Jeannie niet meer te kiezen, want alleen hij was nog over. Opeens had de keuken vol politie gestaan. Potige kerels met brommende stemmen die hem in de boeien geslagen hadden. Maar hij had het niet gedaan!
In de schemer van de vallende avond, Jeannie had de kater van de buren door de tuin zien sluipen, stond ze prei te snijden aan het aanrecht. Ze maakte de meest verrukkelijke ovenschotels. Hij was binnengekomen, had zijn sleutelbos op tafel gesmeten. Ze was ervan geschrokken, had hem berispt. Boze woorden gingen heen en weer, als losgeslagen pingpongballen. Uit pure nijd had hij haar vastgepakt. In een reflex had ze het groentenmes naar hem opgeheven. Hij daagde haar uit. In verbijstering deed ze een stap achteruit en struikelde over de boodschappenmand die ze vergeten was op te ruimen. Ze tuimelde achterover. Het mes stak uit haar rug. Hij probeerde haar te redden, maar het was te laat. Geschreeuw. Buren. Recherche. Jeannie probeerde het hen te vertellen, smekend, jankend, bedelend. Maar Jeannie sprak hun taal niet; Jeannie was een Berner Sennenhond.

ANNE NETELENBOS